Toe maar mama, word maar weer wakker

We kregen een melding van een jong leven dat abrupt eindigde. Een jonge vrouw, zomaar uit het niets, een hartstilstand. Haar familie, overvallen door paniek, belde 112.

En toen gebeurde wat je nooit hoopt mee te maken: ze kregen instructies om zelf te reanimeren. Ga er maar aan staan. Je handen op de borstkas van degene van wie je zielsveel houdt, proberen het hart weer op gang te krijgen, terwijl de wereld om je heen instort.

Binnen enkele minuten stormde het hele β€˜circus’ naar binnen. Burgerhulpverleners, zes politieagenten, twee ambulances. De chaos, de sirenes, het felle licht in de woonkamer, de hoop en de verlammende angst.

𝐸𝑛 π‘‘π‘Žπ‘›, π‘›π‘Ž π‘šπ‘’π‘’π‘Ÿ π‘‘π‘Žπ‘› 𝑒𝑒𝑛 β„Žπ‘Žπ‘™π‘“ π‘’π‘’π‘Ÿ π‘£π‘’π‘β„Žπ‘‘π‘’π‘›, 𝑑𝑖𝑒 π‘€π‘œπ‘œπ‘Ÿπ‘‘π‘’π‘› 𝑑𝑖𝑒 𝑑𝑒 𝑑𝑖𝑗𝑑 𝑠𝑑𝑖𝑙𝑧𝑒𝑑𝑑𝑒𝑛: π‘Šπ‘’ π‘˜π‘’π‘›π‘›π‘’π‘› 𝑛𝑖𝑒𝑑𝑠 π‘šπ‘’π‘’π‘Ÿ π‘‘π‘œπ‘’π‘›.

En dan komen wij, niet als eerste, niet als eerste hulpverlener, maar als degene die het onwerkelijke komt vangen.

Onze bus staat buiten, maar we nemen nog niets mee. Eerst kijken, luisteren en voelen.
Eenmaal binnen scannen we direct de ruimte met onze ogen. Dit begint al direct nadat we een stap over de drempel hebben gezet.

Kunnen we hier straks met een brancard of kist naar binnen komen? Is er ruimte genoeg? Wie zijn er allemaal binnen? Waar ligt de overledene? Door onze ervaring kunnen we dit razendsnel doen. Hoe gaan we straks te werk zonder nog meer verstoring, zonder nog meer pijn?

En dan richten we ons altijd tot de familie. We stellen ons voor, condoleren en vragen wat er is gebeurd. Goed luisteren, de mensen hun verhaal laten doen, zo vaak ze maar willen, laten uithuilen, gewoon er voor de familie zijn zonder haast.

En toen was daar de hond van de dochter…

Een klein, levendig beestje dat onrustig om ons heen drentelde. De familie wilde haar terugroepen, bang dat het ongepast zou zijn. Maar wij weten: dieren voelen zoveel meer dan wij.

“πΏπ‘Žπ‘Žπ‘‘ β„Žπ‘Žπ‘Žπ‘Ÿ π‘šπ‘Žπ‘Žπ‘Ÿ,” 𝑧𝑒𝑖𝑑𝑒𝑛 𝑀𝑒 π‘§π‘Žπ‘β„Žπ‘‘…

De hond sprong op de bank, nestelde zich tegen de vrouw aan. En toen likte ze zachtjes haar gezicht, als een poging om haar wakker te maken, om haar terug te halen.

De dochter slikte, haar stem brak toen ze fluisterde: “π‘‡π‘œπ‘’ π‘šπ‘Žπ‘Žπ‘Ÿ π‘šπ‘Žπ‘šπ‘Ž, π‘€π‘œπ‘Ÿπ‘‘ π‘šπ‘Žπ‘Žπ‘Ÿ π‘€π‘’π‘’π‘Ÿ π‘€π‘Žπ‘˜π‘˜π‘’π‘Ÿβ€¦ 𝐷𝑖𝑑 π‘‘π‘œπ‘’ 𝑗𝑒 π‘›π‘œπ‘Ÿπ‘šπ‘Žπ‘Žπ‘™ π‘œπ‘œπ‘˜ π‘Žπ‘™π‘‘π‘–π‘—π‘‘.”

En in die ene zin zat alles. De liefde, de hoop, de wanhoop. De werkelijkheid die nog niet wilde landen.

π‘ƒπ‘’π‘‘π‘Ÿπ‘Ž 𝑒𝑛 πΈπ‘ π‘‘β„Žπ‘’π‘Ÿ
06-26054403

Β 

Deel dit blog:
Facebook
X
LinkedIn
WhatsApp

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *